Words that come from Dutch “-elen”
68 words across 3 languages descend from Dutch -elen — including snoezelen, grabbelen, tokkelen, gefonkel, fonkelen, onderdompelen, dompelen, snoezelen.
See the etymology of -elen itself →
Dutch (66)
- grabbelen
- tokkelen
- gefonkel
- fonkelen
- onderdompelen
- dompelen
- snoezelen
- doezelen
- duizelig
- rakelen
- rakel
- tokken
- rondscharrelen
- scharrelen
- duizelen
- bazelen
- duizeling
- duikelen
- kibbelen
- brokkelen
- afbrokkelen
- smikkelen
- besabbelen
- sabbelen
- scharrelei
- scharrelkip
- dazelen
- rammelen
- rammelaar
- kibbelkabinet
- kibbelziek
- scharrelvee
- aantokkelen
- zabberen
- kruimelen
- kruimeling
- broddelen
- huppelen
- kibbeling
- afmergelen
- bepotelen
- brokkelig
- geneuzel
- hinkelen
- neuzelen
- schuifelen
- slome duikelaar
- trappelen
- afbrokkeling
- aframmelen
- begrommelen
- bezabberen
- broddelaar
- brokkeligheid
- duizeligheid
- geschuifel
- huppelkut
- kantelen
- morrelen
- rammeling
- scharrelaar
- tokkelbaan
- tokkelinstrument
- tongelen
- verdoezelen
- watertrappelen