Etymology Explorer › Dutch

Where does “deel” come from?

deel (Dutch) comes from Middle Dutch dêel, from Old Dutch dēl, from Proto-Germanic dailą, from Proto-Indo-European dʰayl- — part, watershed.

deel (Dutch): part, piece; volume

Definitions

  1. part, piece; volume

Ancestry of “deel”, step by step

StepLanguageWordMeaning
1Middle Dutchdêel—
2Old Dutchdēl—
3Proto-Germanicdailąpart, portion, deal
4Proto-Indo-Europeandʰayl-part, watershed

Words derived from “deel”

  • vierdeel
  • lichaamsdeel
  • deelcertificaat
  • goeddeels
  • reservedeel
  • deelgemeente
  • reserveonderdeel
  • grotendeels
  • deelverzameling
  • smaldeel
  • deelnemer
  • woorddeel
  • werelddeel
  • deelgenoot
  • zinsdeel
  • onderdeel
  • deelname
  • schaamdeel
  • deelneming
  • deelnemen
  • nadelig
  • voordelig
  • voordeel
  • nadeel
Every word from Proto-Indo-European dʰayl- →