Words that come from Old Dutch “af”
175 words across 3 languages descend from Old Dutch af — including af, afzonderlijk, verafschuwen, afschuw, af, afmaken, afspreken, afspraak.
See the etymology of af itself →
Dutch (171)
- af
- afzonderlijk
- verafschuwen
- afschuw
- afmaken
- afspreken
- afspraak
- afstempelen
- afronden
- afleveren
- afsluiten
- afvragen
- afmeten
- afmeting
- afzonderen
- aftroeven
- afwijken
- afwijking
- afbeelden
- afmelden
- afbakenen
- aflevering
- afplatten
- afplatting
- afschuwen
- afschuwelijk
- afwerken
- afbraak
- afkoelen
- afschuren
- afkomen
- afkomst
- afwachten
- afwachting
- afstoffen
- afslanken
- afklemmen
- afzien
- afstuderen
- afgelasten
- afgelasting
- afschrikken
- afschrikking
- afvuren
- afpersen
- afpersing
- afwisselen
- afvaardigen
- afremmen
- afschaffen
- afstraffen
- afraden
- afhaken
- afpakken
- afschaffing
- afwikkelen
- afwikkeling
- verkeersafwikkeling
- afstemmen
- onafgewerkt
- afspelen
- afstammen
- afluisteren
- afdwalen
- afhandelen
- afschilderen
- overaftelbaar
- aftelbaar
- aftellen
- aftelling
- afwerking
- afdekken
- afstraffing
- afmotten
- afblazen
- afzuigen
- afzuigkap
- afbuigen
- afkondigen
- afleren
- afdrogen
- afrollen
- aftasten
- afslachten
- afspoelen
- afkussen
- afzoeken
- afzinken
- vrijaf
- afbrokkelen
- afhakken
- afstembereik
- africhten
- afranselen
- afzakken
- afdammen
- afkijken
- schermafbeelding
- afbeelding
- afschermen
- afscherming
- aftappen
- afschrik
- afspeellijst
- afrijten
- afschudden
- afzwakken
- afkoeling
- afdruipen
- afwisseling
- afslachting
- afkluiven
- aflezen
- afschrijven
- afschuimen
- afdak
- afsluiter
- afwegen
- afstamming
- aftuigen
- afheinen
- afheining
- afdorren
- afdijken
- aftroggelen
- afdonderen
- bergaf
- afpeigeren
- afvinken
- afrossen
- belastingafspraak
- afkappen
- afbeulen
- afpreken
- afpluizen
- afzwepen
- afwateren
- afwatering
- afwateringskanaal
- afpunten
- afstompen
- afmartelen
- aftakelen
- aftakeling
- afbeuken
- afhaspelen
- afneuzen
- afrotten
- afbetalen
- komaf
- afverven
- afwennen
- afschetsen
- afknijpen
- afmolmen
- afbeitelen
- afschrift
- afraspen
- aflikken
- afgrazen
- afborstelen
- afbellen
- afkaatsen
- afketsen
- afbedelen
- afsabelen
- afbottelen
- afschilferen
- afvriezen
- afdweilen
- afkraken